Showing posts with label André Joosten. Show all posts
Showing posts with label André Joosten. Show all posts

Nov 6, 2013

afval

Afval
Terugblik: 10.9.07

En wat doe jij, vraagt de oom waar ik na jaren weer eens op bezoek ben.
Decor-ontwerp, zeg ik.
Hij kijkt me niet begrijpend aan.
Wij noemen dat bühnen-bouwer, zegt de tante.
Bühnen-bouwer. Je werkt toch niet in Duitsland? Maak je die grote shows? Die zijn mooi, die grote Duitse shows. Werk je in Duitsland?
Nee, niet in Duitsland, zeg ik.
Je bent toch ook fotograaf. Je werkt toch ook voor mij, in de grafische sector, zegt grafische zus.

Wat doe jij eigenlijk, wordt me vaak gevraagd en ik heb er geen goed antwoord op.
Mijn lief, de schilder zegt, je moet één antwoord geven anders is het verwarrend voor de mensen. Je moet zeggen dat je fotograaf bent dat is helder.
Sindsdien zeg ik dat ik fotograaf ben, ook al is dat een beetje naast de waarheid.

Vandaag is open monumentendag en Het Parcours in Maastricht. De opening van het culturele seizoen. Loop door de stad, zonder fototoestel. Het is een vrije dag. Kan het toch niet laten om foto's te maken met de telefoon. Een fanfare trekt voorbij en nog één. Op het Vrijthof wordt erg vals gezongen door een operette-vereniging.

Maastricht is een muziekstad en één groot café.
Maak foto's van een industrieel monument langs de Maas. Het ligt vol met afval. Heb een boek gekocht. De geschiedenis van de lelijkheid, geschreven door Umberto Eco.
Andy Warhol zegt, Ik heb altijd graag met afval gewerkt. Dingen die worden weggegooid en waarvan iedereen weet dat ze niet meer goed zijn.Ik ben altijd van mening geweest dat je je daarmee nog best kunt vermaken. Het is een soort recycling. Ik heb altijd gedacht dat er veel humor stak in afval.

Er zijn veel mensen op de wereld die van afval leven. De Karung guni. De Rag and bone man. De waste picker of de scavenger.
Trivia sections are discouraged under Wikipedia guidelines, zegt Wikipedia streng.

Ik ga weer studeren, zeg ik tegen Indy. Aan de universiteit
Wat ga je studeren?
Cultuurwetenschappen. Heb al een idee voor de scriptie. De symboliek van de tuinkabouter.
Indy zwijgt. Een halve seconde heeft ze geloofd in mijn wetenschappelijke carrière.
Dat wordt onderschat, zeg ik. Onderzoek naar schijnbaar triviale onderwerpen zoals de tuinkabouter. In zijn boek De geschiedenis van de lelijkheid heeft Umberto Eco het over de tuinkabouter.
Dat is Umberto Eco, dat wil nog niet zeggen dat jij iets slims kan zeggen over de kabouter, zegt Indy.
Daarom ga ik ook studeren, zeg ik.
Dat is goed, zegt Indy. Ik denk dat jij gaat bewijzen dat uiteindelijk alles terug te leiden is tot de tuinkabouter.

Loop de stad in. Voor de musical HAIR heeft A. me gevraagd rekwisieten te kopen. Een boeddha moet er gekocht worden en een waterpijp. Loop naar de grow-shop. Aan een lantaarnpaal voor de winkel staat een grote plastic kabouter. In de etalage staan paddestoelen. Mijn eerste bewijs. Een directe lijn naar de kabouter.De regisseur wil dat de acteurs in de musical HAIR punniken. Mijn taak is te onderzoeken wat punniken is en welk gereedschap daarvoor gebruikt werd.

Het was allemaal nog zo onschuldig in de jaren zeventig. In het oranje en bruine interieur hing hier een daar tegen het gebloemde behang een planthanger van macramé. Het touw was zo stevig dat de plantenhangers jaren en jaren meegingen, ongeacht de kwaliteit van de knopen. Punniken was ook zo'n bezigheid om de jaren zeventig te verdrijven. Een gepaster woord is nooit gevonden voor het gefrunnik aan die touwtjes, die met wankele spijkertjes waren bevestigd aan doorboorde paddestoelen. Met een onhandige naald frommelde de crea draadjes in een gat tot er een nutteloze dikke draad uitkwam waar dan weer spuuglelijke mutsen, tassen en sjaals van werden gemaakt. Punniken.

Juist en wat is het attribuut waarmee de crea punnikt. Een paddestoel. Ben de studie nog niet begonnen en heb nu al twee bewijzen dat alles terug te leiden is tot de tuinkabouter en zijn behuizing.

Vandaag loop ik nietsvermoedend door de stad. Een vrije dag. Open monumentendag. Het Parcours. De opening van het culturele seizoen. A. belt. Er moeten rekwisieten gekocht worden voor de musical HAIR. Het moet snel. We hebben een boeddha nodig en grote joints en banken en een punik-paddstoel en...
Loop de stad in op zoek naar een boeddha. Er zijn veel soorten boeddha's.

In de volksmond wordt de lachende boeddha de dikbuik met het kale hoofd boeddha genoemd. Het was echter de Chinese zenmeester Poe-Tai-Ho-Shang. Hij staat voor de brenger van geluk. Deze ”boeddha” moet je krijgen. Je kunt je eigen geluk namelijk niet kopen. De echte boeddha is echter de prins Siddharta uit India. Deze legde zijn sieraden af en is gaan mediteren. Hij is de grondlegger van het boeddhisme.

De regisseur wil geen lachende boeddha, hij wil een serieuze boeddha. Een echte. Vind de goede boeddha en verdiep me in de kunst van een joint rollen. Om mijn werk te kunnen doen moet ik weten hoe je een joint rolt. Want in de musical HAIR worden joints gerookt. Dat is trivia kennis zegt Wikipedia.

In het boek De geschiedenis van de lelijkheid filosofeert Andy Warhol over de film van Esther Williams waarin honderden meisjes van een duikplank duiken. Hij stelt zich voor hoe de audities gegaan zijn en hoe vaak ze een opname opnieuw hebben moeten draaien omdat een meisje niet durfde duiken op het moment dat het moest. Hij zegt. Het shot kwam als afval op de grond van de montagetafel terecht en met die handeling werd ook het meisje als afval weggegooid. De scène zonder de schnitts zou veel leuker geweest zijn dat de scène waarin alles perfect gaat. Het meisje dat niet had gedoken zou de ster van de scène geweest zijn. Het afval-meisje als ster.
[Andy Warhol, De filosofie van Andy Warhol 1975]

A. belt. Weet je hoe het heet, het werk dat ik doe, vraag ik hem.
Jij bent een vliegende keep, zegt A.
Een duivelstoejager, zeg ik.
du·vels·toe·ja·ger (de ~ (m.))



1 manusje-van-alles

anna

Feb 2, 2013

de Einzelgänger

deel 1
Vrienden noemen me een Einzelgänger, een Einzelgänger ken ik als een begrip uit het Carnaval, iemand die in zijn eentje op stap gaat en als individu een personage verbeeld in plaats van in een groep. Heb eigenlijk nooit een Einzelgänger willen zijn maar kennelijk zien mensen me zo of gedraag ik me zo dat kan natuurlijk ook.

Van nature is de mens geen Einzelgänger, dat kan je zien aan de handen. Ik moest eraan denken toen ik dit schilderij terug vond. Een onaf portret van mij geschilderd door A., het gaat om de hand...






model zitten...
We gaan beginnen, zegt A.
De schilderezel en verf staan al klaar.
A. gaat mijn portret schilderen.
Hij heeft een ongemakkelijke pose bedacht.
Mijn hoofd tegen de muur en mijn hand ernaast.
Ik wil graag je hand erbij, zegt hij.
Je hebt mooie handen.
Anderhalf uur en vier pauzes later, begint er tekening te komen in het schilderij.
Vooral in de hand.
Ik heb nog geen neus en geen mond, maar de hand is mooi.
A. is niet tevreden over de hand.
Het klopt niet, zegt hij. Hij zucht en ploetert.
Model zitten is niet persé prettig, A. zien schilderen is dat wel.
Een pauze later kijk ik of ik inmiddels een mond heb.
Geen mond, geen neus.
Twee pauzes later durf ik het te vragen.
Ben je alleen maar aan mijn hand aan het werken?
Ik heb nog steeds geen mond.

mooie handen...
Na drie uur schilderen besluit A. dat het tijd is om te stoppen.
Heb inmiddels de slappe lach.
Heb uren in een ongemakkelijke houding tegen de muur geleund.
Om een portret te laten schilderen. Het enige wat te zien is.
Een hand en een half af portret. Zonder neus. Zonder mond.

A. blijft aan de hand werken...
om uiteindelijk te concluderen dat de hand mislukt is.
Met de spatel schraapt hij de verf van het doek.
Waar eerst mijn hand zat, zit nu een zwarte vlek.
Wazig. Alsof ik snel met mijn hand heen en weer zwaai.

Modigliani
Modigliani schilderde zwarte gaten i.p.v. ogen.
Waarom schilder je mijn ogen niet, vraagt zijn muze.
Ik kan je ogen pas schilderen als ik je echt kan zien, zegt de schilder.

Waarom schilder je alleen mijn hand, vraag ik de schilder.
Je hebt mooie handen, zegt hij.
Als ik je handen schilder, schilder ik jou ook.

In den beginne was er de vis
De vis zwom in de oceaan.
Sommige vissen zwommen in ondiep water vlak langs de oever.
Waarom zou de vis in ondiep, modderig water willen wonen?
Waarom zou de vis op de oever willen kruipen?
In het water zijn grote vissen en kleine vissen.
Vissen eten vissen. De grote eten de kleintjes.
De vis die liever niet het gevecht aangaat ontwikkelt poten en kruipt het land op.
De mens is een afstammeling van een conflict-vermijdende vis.
Onze armen hebben nog precies dezelfde indeling als de eerste poten van de vis.
Eén bot in de boven-arm, twee botten van de onderarm en de veel botjes in de hand.


Eerst waren er de vissen.
Dieren met een hoofd.
Toen waren er de dieren met een hoofd en ledematen.
Daarna kwamen de dieren met een hoofd, ledematen en een lijf.
En toen was er de mens die op twee benen ging lopen.

Conflictvermijdende vis
Als er geen vredelievende vissen geweest waren was de mens nooit uit de vis geëvolueerd.
Of kan je zeggen dat de mens een laffe diersoort is.
Conflict-vermijdend...

Kindertekeningen
Jonge kinderen volgen in hun tekeningen de evolutie.
Eerst tekenen ze een cirkel. De kop-dieren.
Dan tekenen ze hoofden met ledematen. De kop-voeters.
En daarna een hoofd, een lijf, armen en vingers.
Het is opvallend hoeveel betekenis kinderen geven aan het tekenen van de vingers.
Alsof ze weten dat we zonder die handen nooit het water uit gekropen zouden zijn.

De hand
Wat maakt de hand zo typisch menselijk?
De hand staat symbool voor wie we zijn en wat we kunnen maken.
Grijpen, bouwen en je gedachten realiseren ligt besloten in het complex van botten, zenuwen en bloedvaten. Wat bij het zien van de binnenkant van een hand opvalt is zijn compactheid. De basis van de duim, de muis heeft, vier verschillende spieren. Het bewegen van de duim en hand vergt tien verschillende spieren en wel zes verschillende botten die samen werken. Als je je pols buigt, gebruik je spieren die beginnen in de onder-arm, die overgaan in de pezen en eindigen in de hand. Zelfs bij de simpelste beweging is er een complex samenspel in een kleine samengepakte ruimte.

De anatoom Sir Richard Owen ontdekte dat onze armen, handen en voeten in een groter geheel passen.
Er zit een patroon in het skelet van de arm van de mens. Eén bot in de bovenarm. Twee botten in de onderarm, een groepje van negen kleine botjes in de pols, vijf stapeltjes kootbeentjes die de vingers vormen.
Vrijwel het zelfde schema zie je terug bij kikker, vleermuizen, het paard bv. Alle wezens met ledematen, of dat nu ledematen, flippers of handen zijn hebben een gemeenschappelijk ontwerp. Eén bot, dat overgaat in twee botten, die op hun beurt verbonden zijn met en serie kleine botjes, die verbonden zijn met de kootbeentjes.Neil Shubin
De vis in ons


Prehistorische push-up
Het was een bange vis. Een vis die niet opgegeten wou worden door andere vissen.
Een vis die niet wou vechten om te voorkomen opgegeten te worden.
Die vis zwom naar ondiepe water. Die vis, dat waterhoofd wou de oever op,
Maar een hoofd kan niet kruipen.
Een hoofd kan zichzelf niet opdrukken. Dus ontwikkelde de vis poten en kroop het land op.
Mensen hebben hun complexe instrument, de hand, te danken aan een conflict vermijdende vis.
Die de eerste stap zetten van hoofd naar hoofd met voeten, de kopvoeter.



Tiktaalik
Kinderen weten het nog. Hoe het ging met de evolutie.
Je ziet het aan hun tekeningen. Eerst alleen maar krassen.
Over de grenzen van het papier heen. Grenzen bestaan nog niet.
Dan de cirkel. Het kind ontdekt het verschil tussen zichzelf en de ander.
Daarna tekent het kind de kopvoeters. Hoofden zonder lijf maar met handen en voeten.
De eerste stapjes, net als vis Tiktaalik.



Anna


Meer lezen over Tiktaalik:
Tiktaalik
prehistorische push-up
Meer lezen over kindertekeningen:
ontwikkelingsfase en kindertekeningen
Tekening handen:
André Joosten

Nov 20, 2012

1. een kunstwerk voor mensen met geduld

deel 1

Dit is het begin van een langzaam verhaal. Een verhaal voor mensen met geduld. Het begint vandaag maar had op elke andere dag kunnen beginnen, het begint met een kunstwerk, ook dat is toeval, maar toeval bestaat niet. Hoe het verhaal eindigt vertelt de geschiedenis niet. Wie op voorhand de geschiedenis wil kennen moet weten dat in voltooiing zich de dood aftekent, het is maar dat u het weet. Het verhaal begint met een eenvoudige vraag:

Wat wil je gaan doen vandaag, zegt A. 
Wandelen, zeg ik?
Dat zouden we kunnen doen, zegt A. Dat, of we kunnen de kranten uitzoeken en wat lezen als je wil.




De kranten uitzoeken is een eufemisme voor een stapel van drie jaargangen NRC's wegwerken en uitzoeken op te bewaren artikelen, een klusje dat is blijven liggen door mijn studie, mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa...

Of..., zegt A., we kunnen ook een kunstwerk maken van de doosjes.

De doosjes zijn verpakkingen die A. bewaard heeft met het idee er ooit een kunstwerk van te maken. Het zou een toren van Babel worden was het idee, maar het idee is veranderd hoor ik.

Een kop, ik maak een kop, zegt A.

Ik vind het prima, een toren van Babel kan je altijd nog maken.
Terwijl ik de doosjes op de tafel verzamel begint A. ze aan elkaar te tacken. De reden waarom de doosjes zolang hebben liggen verstoffen was het ontbreken van een goede tacker. Goed gereedschap is belangrijk en de ene tacker is de andere niet.



Nu heeft A. de goede tacker. Hij is blij met de nieuwe nietmachine. Wat een wereldtang, zegt hij. Je moet kijken, zegt hij, terwijl ik de doosjes afstof. Ik kijk. Is dit de voorkant of de achterkant?
Dit is de voorkant, zegt A. Dit is de neus. Het moet een getormenteerd iemand worden, of wil jij een vrolijkerd?
Doe maar getormenteerd, zeg ik.
Ziet dit uit als een tong, vraagt A.
Hij wil een walgende, brakende kop maken, nee, geen vrolijkerd.
Of wil jij een clown, vraagt A. voor de zekerheid.
Steeds meer doosjes worden aan elkaar geniet.
Een doos Remy Martin.
Een doos Oral B.
Happiness Sol Air Butterfly.
Een pak Seeds of love, voer voor de vogeltjes.
Een pak Robijn Color en nog een pak wasmiddel vormen samen de treurige mond.
Een pak Cruesli, crackers en een doosje Boursin een oog.
Moeilijk, het is moeilijk, zegt A. het is moeilijk om het associatief te houden houden.
Met een doos van een Canon print copy scan, een Vorteilpack Oral B, een schoenendoos van Sacha en een pak Persil krijgt het hoofd vorm.
De neus stort naar beneden.
Het is fragiel, zegt A.
Maar dat is ook het goede, het is een teer evenwicht, zegt hij en hij vouwt een lange tong van papier.
Drukt het genoeg walging uit, is het niet te koddig, vraagt hij.
Een beetje koddig is niet erg, zeg ik, wat humor is niet erg.
Melita filters, groene fluorverf op de tong, tyribs, een blauwe Rivella fles en Cup a Soup, een spiegel en het beeld is klaar.







Ik vraag of ik het kunstwerk op Facebook mag zetten.
Waarom toch, zegt A. Waarom wil je alles op Facebook zetten. Je kan het toch ook gewoon privé houden.
Ik heb niet meteen een antwoord. Zijn we van verschillende generaties? Als je het niet op Facebook zet besta je niet, vind ik...maar er moet een diepere betekenis zijn....

Ik vertel A. van Maarten Doorman en zijn kritiek op Facebook. Jullie zouden het eens zijn, zeg ik. 
Is dat de Doorman van Londen, zegt A. 
Ja, zeg ik en voor degene die niet weten wie de Doorman van London is vraag ik geduld te hebben, u leest een langzaam verhaal.

Hij zou het kitsch vinden, zeg ik.
Ik vind het geen kitsch, zegt A.
Ik ook niet, zeg ik en ik beloof te vertellen over kitsch en London en privacy en Facebook...
Het is een begin, een begin van een langzaam verhaal. En ik beloof ook uit te leggen waarom het kunstwerk Comfort Culture heet...

Anna