Showing posts with label afval. Show all posts
Showing posts with label afval. Show all posts

Nov 6, 2013

afval

Afval
Terugblik: 10.9.07

En wat doe jij, vraagt de oom waar ik na jaren weer eens op bezoek ben.
Decor-ontwerp, zeg ik.
Hij kijkt me niet begrijpend aan.
Wij noemen dat bühnen-bouwer, zegt de tante.
Bühnen-bouwer. Je werkt toch niet in Duitsland? Maak je die grote shows? Die zijn mooi, die grote Duitse shows. Werk je in Duitsland?
Nee, niet in Duitsland, zeg ik.
Je bent toch ook fotograaf. Je werkt toch ook voor mij, in de grafische sector, zegt grafische zus.

Wat doe jij eigenlijk, wordt me vaak gevraagd en ik heb er geen goed antwoord op.
Mijn lief, de schilder zegt, je moet één antwoord geven anders is het verwarrend voor de mensen. Je moet zeggen dat je fotograaf bent dat is helder.
Sindsdien zeg ik dat ik fotograaf ben, ook al is dat een beetje naast de waarheid.

Vandaag is open monumentendag en Het Parcours in Maastricht. De opening van het culturele seizoen. Loop door de stad, zonder fototoestel. Het is een vrije dag. Kan het toch niet laten om foto's te maken met de telefoon. Een fanfare trekt voorbij en nog één. Op het Vrijthof wordt erg vals gezongen door een operette-vereniging.

Maastricht is een muziekstad en één groot café.
Maak foto's van een industrieel monument langs de Maas. Het ligt vol met afval. Heb een boek gekocht. De geschiedenis van de lelijkheid, geschreven door Umberto Eco.
Andy Warhol zegt, Ik heb altijd graag met afval gewerkt. Dingen die worden weggegooid en waarvan iedereen weet dat ze niet meer goed zijn.Ik ben altijd van mening geweest dat je je daarmee nog best kunt vermaken. Het is een soort recycling. Ik heb altijd gedacht dat er veel humor stak in afval.

Er zijn veel mensen op de wereld die van afval leven. De Karung guni. De Rag and bone man. De waste picker of de scavenger.
Trivia sections are discouraged under Wikipedia guidelines, zegt Wikipedia streng.

Ik ga weer studeren, zeg ik tegen Indy. Aan de universiteit
Wat ga je studeren?
Cultuurwetenschappen. Heb al een idee voor de scriptie. De symboliek van de tuinkabouter.
Indy zwijgt. Een halve seconde heeft ze geloofd in mijn wetenschappelijke carrière.
Dat wordt onderschat, zeg ik. Onderzoek naar schijnbaar triviale onderwerpen zoals de tuinkabouter. In zijn boek De geschiedenis van de lelijkheid heeft Umberto Eco het over de tuinkabouter.
Dat is Umberto Eco, dat wil nog niet zeggen dat jij iets slims kan zeggen over de kabouter, zegt Indy.
Daarom ga ik ook studeren, zeg ik.
Dat is goed, zegt Indy. Ik denk dat jij gaat bewijzen dat uiteindelijk alles terug te leiden is tot de tuinkabouter.

Loop de stad in. Voor de musical HAIR heeft A. me gevraagd rekwisieten te kopen. Een boeddha moet er gekocht worden en een waterpijp. Loop naar de grow-shop. Aan een lantaarnpaal voor de winkel staat een grote plastic kabouter. In de etalage staan paddestoelen. Mijn eerste bewijs. Een directe lijn naar de kabouter.De regisseur wil dat de acteurs in de musical HAIR punniken. Mijn taak is te onderzoeken wat punniken is en welk gereedschap daarvoor gebruikt werd.

Het was allemaal nog zo onschuldig in de jaren zeventig. In het oranje en bruine interieur hing hier een daar tegen het gebloemde behang een planthanger van macramé. Het touw was zo stevig dat de plantenhangers jaren en jaren meegingen, ongeacht de kwaliteit van de knopen. Punniken was ook zo'n bezigheid om de jaren zeventig te verdrijven. Een gepaster woord is nooit gevonden voor het gefrunnik aan die touwtjes, die met wankele spijkertjes waren bevestigd aan doorboorde paddestoelen. Met een onhandige naald frommelde de crea draadjes in een gat tot er een nutteloze dikke draad uitkwam waar dan weer spuuglelijke mutsen, tassen en sjaals van werden gemaakt. Punniken.

Juist en wat is het attribuut waarmee de crea punnikt. Een paddestoel. Ben de studie nog niet begonnen en heb nu al twee bewijzen dat alles terug te leiden is tot de tuinkabouter en zijn behuizing.

Vandaag loop ik nietsvermoedend door de stad. Een vrije dag. Open monumentendag. Het Parcours. De opening van het culturele seizoen. A. belt. Er moeten rekwisieten gekocht worden voor de musical HAIR. Het moet snel. We hebben een boeddha nodig en grote joints en banken en een punik-paddstoel en...
Loop de stad in op zoek naar een boeddha. Er zijn veel soorten boeddha's.

In de volksmond wordt de lachende boeddha de dikbuik met het kale hoofd boeddha genoemd. Het was echter de Chinese zenmeester Poe-Tai-Ho-Shang. Hij staat voor de brenger van geluk. Deze ”boeddha” moet je krijgen. Je kunt je eigen geluk namelijk niet kopen. De echte boeddha is echter de prins Siddharta uit India. Deze legde zijn sieraden af en is gaan mediteren. Hij is de grondlegger van het boeddhisme.

De regisseur wil geen lachende boeddha, hij wil een serieuze boeddha. Een echte. Vind de goede boeddha en verdiep me in de kunst van een joint rollen. Om mijn werk te kunnen doen moet ik weten hoe je een joint rolt. Want in de musical HAIR worden joints gerookt. Dat is trivia kennis zegt Wikipedia.

In het boek De geschiedenis van de lelijkheid filosofeert Andy Warhol over de film van Esther Williams waarin honderden meisjes van een duikplank duiken. Hij stelt zich voor hoe de audities gegaan zijn en hoe vaak ze een opname opnieuw hebben moeten draaien omdat een meisje niet durfde duiken op het moment dat het moest. Hij zegt. Het shot kwam als afval op de grond van de montagetafel terecht en met die handeling werd ook het meisje als afval weggegooid. De scène zonder de schnitts zou veel leuker geweest zijn dat de scène waarin alles perfect gaat. Het meisje dat niet had gedoken zou de ster van de scène geweest zijn. Het afval-meisje als ster.
[Andy Warhol, De filosofie van Andy Warhol 1975]

A. belt. Weet je hoe het heet, het werk dat ik doe, vraag ik hem.
Jij bent een vliegende keep, zegt A.
Een duivelstoejager, zeg ik.
du·vels·toe·ja·ger (de ~ (m.))



1 manusje-van-alles

anna

Nov 20, 2012

1. een kunstwerk voor mensen met geduld

deel 1

Dit is het begin van een langzaam verhaal. Een verhaal voor mensen met geduld. Het begint vandaag maar had op elke andere dag kunnen beginnen, het begint met een kunstwerk, ook dat is toeval, maar toeval bestaat niet. Hoe het verhaal eindigt vertelt de geschiedenis niet. Wie op voorhand de geschiedenis wil kennen moet weten dat in voltooiing zich de dood aftekent, het is maar dat u het weet. Het verhaal begint met een eenvoudige vraag:

Wat wil je gaan doen vandaag, zegt A. 
Wandelen, zeg ik?
Dat zouden we kunnen doen, zegt A. Dat, of we kunnen de kranten uitzoeken en wat lezen als je wil.




De kranten uitzoeken is een eufemisme voor een stapel van drie jaargangen NRC's wegwerken en uitzoeken op te bewaren artikelen, een klusje dat is blijven liggen door mijn studie, mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa...

Of..., zegt A., we kunnen ook een kunstwerk maken van de doosjes.

De doosjes zijn verpakkingen die A. bewaard heeft met het idee er ooit een kunstwerk van te maken. Het zou een toren van Babel worden was het idee, maar het idee is veranderd hoor ik.

Een kop, ik maak een kop, zegt A.

Ik vind het prima, een toren van Babel kan je altijd nog maken.
Terwijl ik de doosjes op de tafel verzamel begint A. ze aan elkaar te tacken. De reden waarom de doosjes zolang hebben liggen verstoffen was het ontbreken van een goede tacker. Goed gereedschap is belangrijk en de ene tacker is de andere niet.



Nu heeft A. de goede tacker. Hij is blij met de nieuwe nietmachine. Wat een wereldtang, zegt hij. Je moet kijken, zegt hij, terwijl ik de doosjes afstof. Ik kijk. Is dit de voorkant of de achterkant?
Dit is de voorkant, zegt A. Dit is de neus. Het moet een getormenteerd iemand worden, of wil jij een vrolijkerd?
Doe maar getormenteerd, zeg ik.
Ziet dit uit als een tong, vraagt A.
Hij wil een walgende, brakende kop maken, nee, geen vrolijkerd.
Of wil jij een clown, vraagt A. voor de zekerheid.
Steeds meer doosjes worden aan elkaar geniet.
Een doos Remy Martin.
Een doos Oral B.
Happiness Sol Air Butterfly.
Een pak Seeds of love, voer voor de vogeltjes.
Een pak Robijn Color en nog een pak wasmiddel vormen samen de treurige mond.
Een pak Cruesli, crackers en een doosje Boursin een oog.
Moeilijk, het is moeilijk, zegt A. het is moeilijk om het associatief te houden houden.
Met een doos van een Canon print copy scan, een Vorteilpack Oral B, een schoenendoos van Sacha en een pak Persil krijgt het hoofd vorm.
De neus stort naar beneden.
Het is fragiel, zegt A.
Maar dat is ook het goede, het is een teer evenwicht, zegt hij en hij vouwt een lange tong van papier.
Drukt het genoeg walging uit, is het niet te koddig, vraagt hij.
Een beetje koddig is niet erg, zeg ik, wat humor is niet erg.
Melita filters, groene fluorverf op de tong, tyribs, een blauwe Rivella fles en Cup a Soup, een spiegel en het beeld is klaar.







Ik vraag of ik het kunstwerk op Facebook mag zetten.
Waarom toch, zegt A. Waarom wil je alles op Facebook zetten. Je kan het toch ook gewoon privé houden.
Ik heb niet meteen een antwoord. Zijn we van verschillende generaties? Als je het niet op Facebook zet besta je niet, vind ik...maar er moet een diepere betekenis zijn....

Ik vertel A. van Maarten Doorman en zijn kritiek op Facebook. Jullie zouden het eens zijn, zeg ik. 
Is dat de Doorman van Londen, zegt A. 
Ja, zeg ik en voor degene die niet weten wie de Doorman van London is vraag ik geduld te hebben, u leest een langzaam verhaal.

Hij zou het kitsch vinden, zeg ik.
Ik vind het geen kitsch, zegt A.
Ik ook niet, zeg ik en ik beloof te vertellen over kitsch en London en privacy en Facebook...
Het is een begin, een begin van een langzaam verhaal. En ik beloof ook uit te leggen waarom het kunstwerk Comfort Culture heet...

Anna



Mar 31, 2012

Euregionale plastic soep en de afschaffing van statiegeld

Een waslijn, kleurtjes.
Een man langs de Maas.
Hij hangt iets op, aan een touwtje.
Kunst?

Ik loop dichterbij.
Maak een foto.
Het groepje zwervers, blikjes bierdrinkend, op de voorgrond.
Voor het contrast.
Loop dichterbij. Maak foto’s.


























Er hangt een waslijn, langs de oever van de Maas.
Een provisorische waslijn, de palen bestaan uit takken in de grond gestoken.
De waslijn hangt vol met plastic afval.
Groen bij groen, wit bij wit, blauw bij blauw.
Is het op kleur gesorteerd, vraag ik aan de man in rode fleecejas die flessen aan het ophangen is.
Ja, zegt hij met een Belgisch accent, zo veel mogelijk hè.
Maar er is niet zoveel kleur, veel wit, niet zoveel kleur, weet ook niet waarom dat is, ze zouden ze half transparant moeten maken, dan zou het veel mooier zijn.


























Iets verderop staat een vrouw, ook in fleece-jas, touwtjes te knopen aan plastic flessen. Ze staat naast een kruiwagen vol afval.
Hoe lang hebben jullie verzameld, vraag ik.
Hoe lang, hoe lang, tien minuten lacht de man, die Toon heet.
Nu kan het nog, straks staat het riet te hoog, dan zie je het plastic niet meer.
Is het kunst of protest, vraag ik.
Allebei, zegt Toon.
Het valt hem tegen hoe weinig publiek hij trekt met zijn actie. Hij had verwacht dat het drukker zou zijn op de boulevard. Ik heb de pers uitgenodigd, maar ze komen niet, zegt hij.


























Toon is een Belg, hij heeft het vaker gedaan, zwerf-plastic verzamelen als protest. Maar nog nooit in Maastricht. Ik denk dat hij geen weet heeft van Sjiek en Sjoen in Maastricht, het gemeentelijke beleid van Maastricht om de stad schoon te houden. Sjiek en Sjoen moet de stad schoon te houden, het centrum dan, het centrum moet er mooi uitzien, de buitenwijken mogen hun zwervers/afval zelf oplossen. De plek die Toon heeft uitgekozen voor zijn actie wordt nog wel schoongehouden door de schoonmaak-mannen, maar het is geen centrum, beetje vies dus, en er komen niet veel mensen. Het publiek bestaat uit toevallige voorbijgangers, hondenmensen, mensen die hun hond uitlaten en het groepje zwervers dat op een bankje de actie gadeslaat.

Ze hebben zo’n actie hier gehouden. Zo’n opruimactie. Dat is een goed initiatief, maar ze moeten niet alleen opruimen, ze moeten het afval laten zien. Nu komt de industrie er gewoon mee weg. Ze moeten het laten zien, anders gebeurt er nooit wat, zegt Toon.
Ik vertel hem dat ik het eerst ook niet wist van het plastic en de afvalberg in de Pacific.
Plastic Soep.
Ja, zeg ik, van dat boek.
Hoe heet ze ook alweer, die Nederlandse?
Jesse Goossens, zeg ik, en ken je die foto’s van de Albatrossen met plastic in hun buik?
Hij kent de foto’s.
Ze gaan het statiegeld afschaffen, zeg ik.
Ongelooflijk, zegt Toon.
Ik beloof hem wat publiciteit te maken en in de gaten te houden hoelang het kunstwerk/protest blijft hangen.

Loop naar het groepje zwervers op het bankje. Vier mannen, één vrouw in Adidas-jasje. Ze drinken jus en bier. Twee lege blikjes liggen op de grond.
Ik zeg dat ik een foto ga maken en naar de krant zal sturen als bewijs dat ze blikjes op de grond gooien.
Een man met rode bloed-korstjes van wondjes op zijn gezicht wordt boos, heel boos.
Ben jij van de krant. Ben jij van de krant, roept hij hard.
Nou, dat moet je dan maar doen, dat moet je dan maar doen.
Als hij weer wat gekalmeerd is, begrijp ik zijn verontwaardiging. Er liggen twee blikjes op de grond, onder het bankje langs de oever van de Maas. Onder het bankje van de zwervers – Amerikanen hebben er een beter woord voor: homeless people, mensen die geen huis hebben – onder het bankje van de mensen die geen huis hebben om in te wonen liggen twee blikjes op de grond. De homeless people drinken bier en kijken naar een man en vrouw die uit protest plastic flessen aan touwtjes binden en ophangen aan een gespannen waslijn, als protest.


























De man vertelt dat hij dakloos is, dat hij bij het Leger des Heils woont, dat zijn been bijna kapot is en zijn been er misschien af moet.
Wij ruimen altijd op, zegt hij, altijd. In de ochtend, als we hier komen ligt het altijd vol met flessen, van de studenten, die laten ze gewoon in het gras liggen, wij ruimen ze op voor de hondjes, dat ze niet in het glas trappen. En wat gebeurt er, wat gebeurt er, als wij hier een biertje drinken en de politie komt langs krijgen we een boete, 75 Euro.
Mag dat niet vraag ik, een biertje drinken op een bankje?
Hoor je dat, zegt de man tegen de Adidas-jasje-vrouw, zij weet dat niet van de boete.
Ik weet niet dat mensen zonder huis een boete krijgen als ze buiten hun huis een biertje drinken.
Mij pakken ze meteen op, zegt de vrouw gelaten alsof de politie aan haar jasje kan zien dat aan haar geen boete besteed is.
Ik heb respect voor die man, zegt de man met het gehavende gezicht. Hij wijst naar de waslijn met plastic flessen. Ik heb respect voor wat hij doet. Als wij hier zitten krijgen we een boete en als de studenten met wijn en de wodkaflessen...dan gaat de politie daar leuk mee kletsen en kijken ze weg. Denk je dat het iemand wat interesseert, dat het wat uitmaakt of het in de krant komt, niemand die het wat interesseert in mensen zoals wij. Ik heb respect daarvoor, zegt de man zonder huis, hij wijst naar de afval-waslijn. Dat is kunst. En daar ook. Hij wijst naar de gravity-muur van Het Landbouwbelang – een gekraakt industrieel pand waar een kunst-collectief woont - het is niet voor niets dat daar een weggeefwinkel zit.
Ik vraag hem of hij morgen weer op zijn bankje zit.
Hij denkt van wel.
Ik vraag hem of hij de schoonmaakman, de Sjiek en Sjoen-man wil inseinen om de waslijn te laten hangen, of hij hem kent de schoonmaak-man.
De man - er loopt water uit zijn neus, eerst alleen uit het ene neusgat, dan uit allebei - kent iedereen in de buurt, schoonmaakman vind hij een vreemd woord.
De prikker bedoel je?
De schoonmaak-man die in de buurt met een stok het zwerfafval oppikt en in een kar verzameld, noemt hij de prikker.
Ja, de prikker kent hij. Natuurlijk kent hij hem, de hondenmensen, de prikkers, hij kent ze allemaal en zij kennen hem. En hij wil het wel doen, de prikker inseinen om het kunstwerk niet op te ruimen.
Oh, dat ruimt hij niet op, nee, dat ruimt hij niet op, als er statiegeld in zou hangen, ja dan, ja dan zouden wij het allang opgeruimd hebben lacht de man die op een bankje langs de Maas woont...


























De volgende dag hangt het kunstwerk er nog. Het is nog steeds niet druk op de boulevard aan deze kant van de Maas. De vieze kant. Het bankje is leeg. De mannen zonder huis zijn er wel maar ze zijn een bankje verder gaan zitten.

Rosebud is the online research diary of Anna No Picture: master Arts and Sciences, Artistic Research 2012